Brandveiligheid en menselijk gedrag

Geplaatst op by juni

Hoe technisch perfect de techniek en systemen van brandveiligheid ook zijn, er komt vaak menselijk gedrag kijken bij het voorkomen en bestrijden van brand. In deze lezing op het jaarlijks congres van de Vereniging Brandveiligheids Experts (VBE) wordt ingegaan op een aantal gedragsaspecten. 

Inhoud

Tijdens de lezing zullen onder andere de volgende onderwerpen aan bod komen die alle te maken hebben met menselijke reacties tijdens brand.

Ambivalentie ten aanzien van vuur

De angst voor brand behoort tot de aangeboren angsten en wordt in het brein verwerkt door de Amandelkern. Dit gebied wordt echter niet alleen actief bij gevaren en ook bij dingen die we op een prettige manier spannend vinden. Daarom heeft de mens een dubbele verhouding tot vuur. In velen van ons schuilt een pyromaantje. Dankzij dit principe kan de brandweer redelijk gemakkelijk aan een vrijwillige brigade komen.

Onderschatting van gevaar

In de genetische programmering zit ook een respons op brand, namelijk de drang tot het beheersen hiervan. De regulering van dit principe is echter niet afgestemd op moderne stoffen die veel explosiever kunnen zijn en sneller vlam kunnen vatten. Daardoor leiden we per definitie aan een onderschatting van de ernst van een brand en een overschatting van onze mogelijkheden om hiermee om te gaan. Zelfs getrainde brandweerlieden hebben hier nog last van, hetgeen jaarlijks leidt tot dodelijke ongevallen in deze sector.

Vluchtroutes

Kijken we naar de gebruiker van gebouwen, dan blijkt dat de mens vooral als een gewoontedier moet worden gezien. Ondanks brandoefeningen en evacuaties vervallen we in het geval van een echte brand tot standaard routines. Ook bij een alarm zoeken we eerst de hoofduitgang. Pas als dat niet kan schakelen we over op de nooduitgangen. De enige echte manier om dit te doorbreken is om de hoofduitgang bij tijd en wijle af te sluiten en mensen door de nooduitgangen laten vertrekken.

Paniek.

Een patroon dat dit versterkt is het feit dat we niet een maar meerdere breindelen hebben die ten dele hun eigen regie voeren. Een deel noemen we het reptielenbrein omdat dit verrassend veel lijkt op het brein van een reptiel. Dit deel zit aan de onderkant van ons brein, aan de grootste bloedvaten. Bij paniek gaat dit brein direct in een hoge versnelling en verbruikt hiervoor veel zuurstof en suikers uit het bloed. Het gevolg hiervan is dat modernere delen van het brein (logica en planning achter het voorhoofd) genoegen moeten nemen met een verarmd bloedmengsel. Die kunnen derhalve niet op volle kracht werken en worden overruled. Als we paniek ervaren worden onze gedragingen daardoor primitiever en instinctiever. We gaan sneller leiden aan tunnelvisie en krijgen minder mee van goede adviezen van anderen.

Voor een link naar de organisator van de lezing, klik hier

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*