De invloed van het team op veilig gedrag

Geplaatst op by juni

Velen hebben het waarschijnlijk al eens gezien. Een goed ingewerkte medewerker met het juiste risicobesef en veiligheidsgedrag wordt in een team geplaatst. Al snel worden risicovolle gewoontes van teamgenoten overgenomen. Hoe kan het dat een goed functionerende medewerker zijn interne alarmbel binnen de kortste keren terzijde schuift en onveilig gedrag vertoont? Hersenonderzoek bij ratten geeft aanwijzingen over hoe we dit proces kunnen begrijpen.

Hersenen van mens en rat

De werking van de hersenen van ratten en mensen vertoont opvallende gelijkenissen. Ze zijn beide slim en hebben een hoge sociale intelligentie. Mede daarom doen onderzoekers van het Nederlands Herseninstituut ook hersenonderzoek bij ratten. Recentelijk (12-2019) publiceerden Han e.a. een artikel in PLoS Biology. Dit ging over empathie bij ratten in gevaarlijke situaties. In dit onderzoek blijkt dat de respons van ratten op een gevaar afhankelijk is van het gedrag van soortgenoten. De sociale omgeving beïnvloedt blijkbaar hun angstbeleving en daarmee hun gedrag. Hier een beknopt verslag van dit onderzoek en een vertaling naar de veiligheidskunde.

Een korte rondleiding door het brein

De hersenen bestaan uit twee symmetrische helften. Die zijn aan de midden- en onderkant met elkaar vergroeid. Kijken we van boven, dan zien we tussen die twee helften een diepe kloof. De zijwanden van die kloof spelen zowel bij mensen als ratten een belangrijke rol in de beleving van pijn en angst voor gevaar. Daarnaast zijn ze van belang bij het begrijpen van elkaars beleving. Dit inlevingsvermogen vormt een belangrijk onderdeel van wat we empathie noemen. Door bij ratten een verdovende stof in deze kloof te spuiten, verzwakt de werking van die gebieden tijdelijk. Terwijl andere hersendelen normaal blijven functioneren wordt de empathie even uitgezet. Daardoor is het mogelijk om de bijdrage van empathie aan het totale gedrag beter te begrijpen.

Experiment 1, gevaarbesef

De onderzoeken zijn interessant voor het verkrijgen van begrip van de werking van angst in relatie tot sociaal gedrag. Allereerst is onderzocht hoe ratten empathie voor angst ontwikkelen. Ratten werden blootgesteld aan een elektroshock via een metalen vloer in een deel van de kooi. Bij zo’n shock schrikken ratten en springen ze even op. De vraag is wat andere ratten doen die dit voorval observeren. Ratten die eerder zelf een elektroshock hebben ervaren, reageren veel heftiger op de schrikreactie van anderen dan ratten die niet weten wat de schrik veroorzaakt. Zonder een eigen ervaring met het gevaar ontwikkelt de observerende rat geen medegevoelens. Eigen ervaring is derhalve cruciaal voor empathische reacties. De functie van empathie is dat ze ratten in staat stelt elkaar voor te bereiden op gevaar.

De parallel met veiligheidsmanagement schuilt in de opzet van het inwerkprogramma. Hierin dient er ruim aandacht te zijn voor het leren voelen van de gevaren in het werk. Gevaarbesef ontstaat niet vanzelf, het moet aangekweekt worden.

Experiment 2, impact van empathie op de beleving van gevaar

 

 

 

 

Nadat alle ratten gevaarbesef hadden ontwikkeld, bracht men een rat wederom in de gevaarlijke conditie. Andere ratten observeerden dit op korte afstand zonder zelf te worden blootgesteld aan het gevaar. De observerende ratten werden nu in twee groepen gesplitst. Afwisselend namen ze deel aan het experiment. De ene helft kreeg een verdoving in de hersengebieden die empathie bij gevaar kan oproepen. De andere helft ontving geen voorbehandeling.

De onverdoofde groep reageerde heftig op het zien van een soortgenoot die een elektroshock kreeg. Men noemt dit emotionele besmetting. Op zijn beurt reageerde de rat heftiger op het voelen van de shock in vergelijking met de eerdere testsituatie zonder publiek. Een gedeeld gevoel versterkt bij ratten de reactie op gevaar.

Bij de verdoofde groep werd de empathie-functie tijdelijk uitgezet. Zij brachten geen medegevoelens op en reageerden amper op de schrikkende soortgenoot. Men noemt dit sociale buffering. Dit uitblijven van een empathische reactie had ook een uitwerking op de schrikkende rat. Die reageerde namelijk veel minder heftig op de shock. Als de empathische reactie bij de toeschouwende ratten uitblijft, leidt dat tot een verzwakking van de respons op gevaar. Als niemand schrikt zal het wel niet zo gevaarlijk zijn.

Samengevat, de sterkte van de reactie op gevaar is afhankelijk van hoe sterk soortgenoten reageren op de situatie. Een empathische reactie van hen versterkt de beleving. Het ontbreken daarvan verzwakt die.

Analyse

De experimenten tonen dat de beleving van gevaar een tweetraps proces is. Eerst leert men het besef van gevaar door het zelf te ervaren. Zodra het gevaar geleerd is, kan stap twee volgen. Hierin versterkt of verzwakt die beleving door de respons van soortgenoten in de omgeving. Uit ander onderzoek weten we dat de verwerking van deze prikkels gebeurt in de pre-frontale cortex. Dit is een gebied direct achter het voorhoofd. Blijkbaar maakt dit gebied een afweging. Hierbij wordt het gerinkel van de interne alarmbel verbonden aan de waarneming van reacties van soortgenoten. De reacties van anderen in de omgeving bepalen de ernst van het gevaar. De conclusie is dat gevaarbesef geen constante is maar fluctueert naar gelang de condities waarin men zich bevindt.

Vertaling naar de veiligheidspraktijk

De boodschap is dat veilig gedrag begint bij goed inwerken. Die inspanning kan ofwel renderen ofwel volledig tenietgedaan worden. Dit is afhankelijk van het gedrag van anderen in de omgeving. Rolmodellen die onveilig gedrag vertonen, verleiden een goed ingewerkte nieuwe medewerker binnen de kortste keren tot onveilig gedrag. De interne alarmbel verliest het van het actuele model van soortgenoten. Samengevat, een opleidingsfase aan de voorkant is een cruciale voorwaarde voor veilig gedrag. Het team waarin de medewerker komt te werken bepaalt het rendement hiervan.

Juni Daalmans

Brain Based Safety, mei 2020

Meer lezen?

Lees hier meer over het laatste boek “De eerstelijns leidinggevende en veilig werkgedrag”

Artikel

Han, Y. e.a. (2019), Bidirectional cingulate-dependent danger information transfer across rats, PLoS Biology https://doi.org/10.1371/journal.pbio.3000524

Reacties zijn gesloten.