De essentie van Brain Based Safety

De essentie van Brain Based Safety in 20 stellingen / aannames:

Als we het veiligheidsmanagement van organisaties willen versterken, moeten we het vooral zoeken in het beïnvloeden van menselijk gedrag. Anders geformuleerd, individueel gedrag vormt de voorlopige sluitsteen van veiligheidsmanagement.

Alle gedrag komt voort uit het brein. Gedrag is in de regel onbewust en wordt gegenereerd door onze automatische piloot.

De automatische piloot zorgt ook voor onze waarneming. Die is het resultaat van een leerproces. Iedereen heeft een andere leergeschiedenis en neemt de werkelijkheid op een eigen, persoonlijke manier waar. Elkaar begrijpen is daardoor niet vanzelfsprekend. Naarmate we langer met elkaar wonen en werken groeit de waarneming naar elkaar toe.

Aanleren is vele malen eenvoudiger dan afleren. Aanleren kan op commando, terwijl afleren alleen kan plaatsvinden door het in onbruik raken van gedrag. Goed inwerken is vele malen efficiënter dan later bijscholen.

Onze drijfveren bewaken onze veiligheid en streven naar een evenwicht dat recht doet aan onze behoeftes. Bij schaarste van tijd, geld en goederen kunnen conflicten tussen de diverse drijfveren onze veiligheid verstoren. De meeste veiligheidsovertredingen doen we onbewust en beogen de werkdoelstellingen alsnog te behalen. We zijn van nature bereid om iets van onze eigen veiligheid in te leveren voor het welslagen van het werk.

Gedrag komt niet voort uit een uniforme bron (de zogenaamde “wil”) maar ontstaat uit een samenspel van de verschillende drijfveren die kansen en bedreigingen uit de omstandigheden willen benutten dan wel afweren. Gedrag is daardoor veranderlijk en situatief bepaald.

Hebben we meerdere opties tot onze beschikking, dan bepalen de omstandigheden welke optie we kiezen. Als we de omstandigheden extreem regisseren kunnen we uiteindelijk iedereen elk gedrag laten vertonen.

Automatismen zijn vele malen sterker dan inzichten. Een goed idee (regel) leidt helaas niet vanzelf tot het bijpassend gedrag. We hebben daarom moeite om onszelf te veranderen of regels van anderen op te volgen.

Veilig gedrag ontstaat automatisch als we een besef van risico’s hebben. Dit besef van risico’s geeft een interne motivatie tot veilig gedrag. Veilig gedrag ontstaat uit een besef van onveiligheid.

Naast het beseffen van de risico’s hebben we ook de vaardigheden nodig om hiermee om te gaan. Dit kan alleen als we beschikken over de juiste motorische patronen (aangeleerd gedragsrepertoire) om deze risico’s af te weren. Patronen zorgen voor efficiëntie. Veilig gedrag niet na een enkel inzicht maar na goede en herhaalde training.

Het koppelen van angst aan situaties of handelingen geschiedt het makkelijkst via de sociale relatie. Het leren van elkaar (model leren) is het sterkste mechanisme in het aanleren / overdragen van veilig gedrag.

Risicobegrip (besef van risico’s in geplande handelingen) werkt dag en nacht en doet zijn werk beter als het daarvoor de tijd krijgt. Rustmomenten tussen instructie en uitvoering helpen om de risico’s van een taak beter onder ogen te zien.

Het bewuste wordt pas ingeschakeld als het onbewuste geen standaard antwoord heeft op een appél uit de omgeving of als het niet weet hoe het een instinctieve behoefte kan bevredigen.

Het bewuste is creatief, maar kan slechts één ding tegelijk. Het kan alleen monotasken. Het onbewuste kan wel multitasken en vele taken tegelijk uitvoeren. Echter, hoe meer taken we tegelijk doen, hoe lager de kwaliteit en veiligheid van het gedrag.

Helaas kan het bewuste ook geautomatiseerde onbewuste processen verstoren (bijvoorbeeld bellen tijdens het autorijden) waardoor de kwaliteit/veiligheid van ons gedrag achteruit gaat.

De mens is van nature risicotolerant en kan wennen aan elk gevaar. In een wereld met steeds grotere gevaren wordt dit een toenemend probleem.

We zijn standaard té positief over onze veiligheidsprestaties en nemen daardoor minder veiligheidsmarges in acht dan goed voor ons is. We leiden aan zelfoverschatting als het om veiligheid gaat.

Stress is een verhoogde staat van paraatheid en helpt ons goed te functioneren. Elke handeling vereist een eigen optimaal stressniveau. Onderstress (comfort zone) is even gevaarlijk als overstress.

Wees terughoudend met regelgeving. Vaardig alleen regels uit als duidelijk is welke risico’s daarmee bestreden worden. Koppel regels altijd aan risicobeleving. Anders geformuleerd, koppel regelgestuurd aan risicogestuurd gedrag.

Model leren is sterker als we onze modellen waarderen. Het management en de informele leiders zijn onze belangrijkste modellen. Voorbeeldgedrag is een sterke gedragsbeïnvloeder.

We willen graag bij het team behoren en zijn bereid hiervoor concessies te doen. Een onveilig handelend team kan ons verleiden tot het doen van onveilige handelingen welke we in ons eentje nooit zouden doen.