Veilig werkgedrag

Geplaatst op by juni

Binnen het veiligheidsbeleid neemt veilig werkgedrag een steeds belangrijkere rol in. Enerzijds beseffen we dat er winst te behalen valt door het beter benutten van de factor mens binnen de veiligheid. Anderzijds zien we dat psychologie bezig is aan een tweede jeugd. Dankzij nieuwe kennis over het brein begrijpen we steeds beter waarom mensen doen wat ze doen. Dit artikel (dat recentelijk verschenen is in NVVK Info) gaat over nieuwe inzichten die we kunnen omarmen om het veiligheidsbeleid te versterken en ook over oude inzichten waar we beter afscheid van kunnen nemen.

De wil

We hebben lang de overtuiging gehad dat de mens een bewust en rationeel handelend wezen is, wiens gedrag voortkomt uit een combinatie van willen, kunnen en durven. De laatste inzichten roepen echter vele vragen op over wat de wil nu precies is en hoe krachtig die is in het bepalen van gedrag. Als de wil werkelijk aan het stuur van ons gedrag zat, dan zouden we dit makkelijk kunnen veranderen. Iedereen die van een vervelende gewoonte af wil komen en bijvoorbeeld een paar kilo wil afvallen, ervaart al snel dat gedragspatronen doorgaans veel sterker zijn dan onze wil. ’s Avonds op de bank wint de zin in een lekker glas wijn het al snel van de score op de weegschaal.

Onbewust

Dit conflict tussen een wens en een gewoonte doet ons beseffen dat we onbewuste krachten in ons herbergen die we slechts beperkt kennen. Gedrag komt grotendeels onbewust tot stand. Het is moeilijk om de kracht van het onbewuste in percentages weer te geven, maar als we het aandeel van het bewuste in ons totale gedrag zouden kunnen meten, dan zou de score ver beneden de 1% komen. Anders gezegd, ons gedrag komt vooral onbewust tot stand. Als we het willen beïnvloeden, dan is een aanpak gericht via het bewuste kanaal per definitie weinig effectief. We kunnen een nieuwe veiligheidsregel rationeel wel begrijpen, maar daardoor veranderen onze onbewuste gedragspatronen nog niet.

Wanhoop

Gedrag kan slechts beperkt veranderd worden door een inzicht. Een manager die denkt dat dit wel kan wordt al snel tot wanhoop gedreven. Ondanks herhaalde uitleg blijven zijn medewerkers hangen in onveilige gedragspatronen. Zijn oplossing is doorgaans meer van hetzelfde: nog een keer uitleggen. Het feit dat het gedrag niet verandert wordt dan ook vaak gezien als een teken van onwil en voor onwilligen bestaat maar één remedie: hard straffen. Als je niet wil horen, dan moet je maar voelen. De manager zou er echter beter aan doen zijn aanname los te laten en eerst te analyseren hoe het kan dat een begrijpelijke boodschap niet leidt tot een verandering van gedrag.

Gedragspatronenveilig werkgedrag

Hij zou dan ontdekken dat gedrag wordt samengesteld uit eerder aangeleerde en opgeslagen patronen. Op het moment dat bijvoorbeeld iemand een intentie heeft om veilig naar het centrum van de stad te reizen, dan wordt deze intentie de oproepende prikkel van een lange keten van gedragspatronen. Deze keten wordt vervolgens op een onbewust niveau aangeroepen en stap voor stap uitgevoerd. Als in die keten ook een onveilige handeling wordt opgenomen (de gewoonte om te hard rijden op een bepaalde weg), dan is dat gedrag niet het gevolg van die intentie, maar wel van een eerder leerproces. Ook veilige intenties kunnen leiden tot onveilig gedrag.

Aanleren en afleren

Functie breincelNu ontstaat de vraag wat er dan wel moet gebeuren als zowel de uitleg van de veilige manier als het toekennen van consequenties aan onveilig gedrag, weinig helpen. Verreweg de meest effectieve manier om tot veilig gedrag te komen is ervoor te zorgen dat er veilige gedragspatronen zijn opgeslagen in het motorische deel van ons brein. De moderne psychologie leert ons dat het aanleren van gedrag ontstaat door het creëren van fysieke verbindingen tussen breincellen (blauwe verbindingen rechts op de illustratie). Afleren bestaat uit het kwijtraken van deze verbindingen. Nu is aanleren vele malen makkelijker dan afleren. Als we een muziekinstrument willen leren bespelen, kunnen we het aanleren versterken door eindeloos veel te repeteren. Oefening baart kunst. Maar als we dat eerst zelf doen en pas daarna op les gaan, dan heeft de muziekleraar de grootste moeite om ons te helpen fout aangeleerde handelingen weer af te leren.

De eerste klap is een daalder waard

13 Safety BuddyOp het werk is het niet anders. Het grootste succes in het aanleren van veilig gedrag kunnen we behalen bij degenen die nog geen patronen hebben. Dat is iedereen die nieuw is in een vak, zoals stagiaires en medewerkers die eerst ander werk hebben gedaan. De eerste dagen, weken en maanden zijn hierin cruciaal. Gedurende deze kritische leerperiode kost het aanleren van de juiste patronen maar een fractie van het afleren van de ongewenste patronen later. Dat pleit voor een actieve inwerkperiode, liefst met een buddy die een tijd met de nieuweling-in-het-vak optrekt en hem de veilige kneepjes leert. Vanuit dit perspectief mogen we ons terecht de vraag stellen waarom veilig gedrag nog steeds niet is opgenomen in de eindtermen van het middelbaar onderwijs.

Veranderen

De vraag dient zich aan wat er gedaan kan worden als die eerste slag gemist is, als een fout gedrag zich al heeft kunnen nestelen in het brein. Dit kan het gevolg zijn van het ontbreken van een goede inwerkprocedure, maar ook van een voortschrijdend inzicht waardoor een eerder geaccepteerd gedrag niet langer gewenst is. De kern van het antwoord is gelegen in de stelling dat uitleg waarom iets moet gebeuren kan helpen maar dat de echte gedragsverandering ontstaat door training. Een nieuwe regel uitleggen leidt hooguit tot het aanpassen van een cognitie, maar heeft niet de kracht om fysieke verbindingen in ons motorisch brein aan te passen. De oplossing ligt in het samen oefenen totdat het nieuwe gedrag zich genesteld heeft en het oude gedrag geen kans meer krijgt.

Cultuur

Als ook het trainen niet helpt, is er wat anders aan de hand. Dan zit de in stand houdende factor wellicht in de omgeving. Om dat te begrijpen maken we even een uitstapje naar onze menselijke natuur. De mens is nooit de sterkste of snelste van zijn tegenstrevers geweest. Dit gemis werd gecompenseerd door als soort samen op te trekken en anderen te slim af te zijn. Ook in onze moderne maatschappij behoort het lidmaatschap van een groep tot de essentiële voorwaarden om succesvol te zijn. Zo ontstaan culturen en subculturen waarin bepaalde gedragspatronen dominant zijn. Om lid te kunnen zijn van een cultuur moeten we die dominante gedragspatronen overnemen, zelfs al zijn het niet de veiligste. Het vergt veel moed en zelfovertuiging om als enige een veilig gedragsrepertoire te vertonen terwijl alle anderen dat niet doen. Onze onbewuste instincten zeggen ons dat we dit beter niet kunnen doen omdat we daardoor afdrijven van de groep.

Rolmodellen

Maar hoe verander je een veiligheidscultuur? Om met George Orwell te spreken, sommigen zijn meer gelijk dan anderen. Als groepsdier volgen we het gedrag van de groep, maar sommigen vervullen hierin een sterker rolmodel. Hoe meer we iemand waarderen, hoe meer we onze gedragspatronen onbewust op die ander afstemmen. Dit is een leerproces dat zichzelf bekrachtigd en geen externe beloning vereist. Zowel de formele als de informele leiders van een groep zetten daarom de toon als het om veilig gedrag gaat. Als zij sterk opteren voor een veilig gedragsrepertoire komt het wel goed met de rest. Nu kan een organisatie zelf zijn formele leiders kiezen en met die keuze geeft ze impliciet ook vorm aan de veiligheidscultuur. Het achterliggend principe is eenvoudig en duidelijk: geef de meest gewaardeerde rollen aan de veiligsten van de groep en de anderen zullen zich vanzelf veiliger gaan gedragen.

Risicoherkenning

Nu zien we bij veel incidenten en near misses dat deze vaak ontstaan door een ongelukkige samenloop van omstandigheden. Vaak zijn het unieke situaties die we als zodanig nog niet zijn tegengekomen en waarvoor we nog geen standaard gedragspatronen hebben ontwikkeld. Degene die snel doorheeft dat er iets mis dreigt te gaan, kan hierop makkelijker anticiperen. Het vroegtijdig herkennen van risico’s verhoogt onbewust onze paraatheid en stelt ons daarmee in staat om effectiever met gevaren om te gaan. Een cognitieve regel helpt om een risico te vermijden, risicoherkenning helpt om dat risico te bestrijden.

Veiligheidseducatie

Veilig gedrag ontstaat dus vanzelf uit een besef van onveiligheid. Daar hebben we geen regel voor nodig. De vraag is wat we moeten doen om dit besef te versterken. Nu worden we al geboren met een goed werkend veiligheidssysteem dat helaas alleen maar is afgestemd op de gevaren van 20.000 jaar geleden. Daarom zijn mensen uit alle windstreken bang voor bijvoorbeeld slangen en grote insecten. Het is aan ons om dit systeem te vullen met de gevaren van deze tijd. Zowel een groot deel van onze opvoeding als ook het inwerkprogramma worden idealiter besteed aan het leren kennen en hanteren van deze gevaren. Het angstige gevoel voor een gevaar is immers vele malen effectiever dan het kennen en volgen van een veiligheidsregel.

Gewenning6.1 badkuipcurve

Zijn we er dan en kunnen we veiligheid afvinken na een goede inwerk- en leerperiode en een veiligheidsversterkende omgeving? Jammer genoeg is dit succes maar tijdelijk. De mens heeft de neiging aan alle prikkels te wennen. Als we een gevaar vele malen in de ogen hebben gezien raken we eraan gewend en slaat ons systeem van paraatheid veel minder aan. Bij een buschauffeur is dat gemiddeld na 1,5 jaar, bij een piloot na ±1000 vlieguren en bij een railmedewerker varieert dit moment sterk van persoon tot persoon. Dat is de achtergrond van de badkuipcurve. We kunnen dan gered worden door een bijna ongeluk, waardoor de schrik er weer even inzit, of we zoeken een andere werkomgeving waarin we weer fris kunnen beginnen. Verandering van spijs doet eten, verandering van gevaren laat ons alert blijven.

Brain Based Safety

Veilig werkgedrag door Brain Based Safety door Juni Daalmans 2014 Syntax MediaBovenstaande thema’s vormen – kort door de bocht – enkele kernelementen van het recentelijk verschenen boek “Veilig werkgedrag door Brain Based Safety”, uitgegeven door Syntax Media. De identieke afkorting BBS verwijst naar een verwantschap met Behavior Based Safety. Echter, daar waar deze laatste stroming zich helemaal niet bekommert om de vraag waarom het gedrag ontstaan is, gaat Brain Based Safety hier juist diep op in en tracht de impact van onze genetische programmering te verbinden met de effecten van de huidige werksituatie op de mens. Zo wil de theorie een bijdrage leveren aan het veiliger maken van deze wereld.

Juni Daalmans

Voor een kopie van het originele artikel in NVVK Info, klik hier.

Reacties zijn gesloten.