Veilige Vrouwen

Geplaatst op by juni

Zijn er verschillen te ontdekken in de manier waarop beide geslachten met gevaar en veiligheid omgaan? Ja, die zijn er en ze zijn grotendeels hormonaal bepaald. Wat die verschillen zijn en hoe die neurologisch verankerd zijn, daarover gaat dit blog.

 Breincellen

Vrouwen zijn gemiddeld kleiner dan mannen en hebben ook een kleinere schedel. Geen wonder dus dat ze ook kleinere hersenen hebben. Maar als we het aantal breincellen tellen dan hebben vrouwen er niet alleen in absolute zin minder, maar ook relatief. Toch zijn vrouwen gemiddeld gezien precies even intelligent dan mannen. Een vrouwenbrein compenseert het lagere aantal cellen (tussen de 10 tot 15% minder) door een hoger aantal verbindingen tussen die cellen. Vrouwelijke breincellen sturen hun boodschappen dus naar meer andere cellen en dat blijkt effectief te zijn. Vrouwen hebben letterlijk en figuurlijk meer dwarsverbindingen en plaatsen een activiteit daardoor in een breder perspectief.

 Een brandje blussen

Dat verschil kunnen we goed zien in de manier waarop een mannenbrein en een vrouwenbrein aan een blusactie beginnen. Het mannenbrein kent op zo’n moment een hogere dopamineproductie, een gevolg van een hoger testosterongehalte in het bloed. Dat heeft duidelijke gevolgen: mannen kijken even rond, zien snel wat er aan de hand is en willen erop af. Een vrouwenbrein kan door zijn vele dwarsverbindingen niet het ene willen doen zonder het andere onder ogen te zien. Er wordt veel meer informatie betrokken in het bepalen van de juiste actie. Daarom duurt het inschattingsproces bij vrouwen langer, maar maken ze gezondere keuzes. “Bezint eer ge begint” is dus een advies voor een mannenbrein en een devies voor de vrouwelijke tegenhanger. Zwart-wit gesteld, een man ziet snel hoe die binnen kan komen in een brandend huis, een vrouw wil eerst weten hoe ze weer buiten komt.

Zintuigen

Zo’n zelfde patroon zien we in de verwerking van zintuiglijke prikkels. Bij aankomst bij een brand maakt de commandant een inschatting van wat er gaande is, waar de kern van de brand is, in welke mate die zich al verspreid heeft en waar wat te redden valt. Daarbij is het visuele aspect van groot belang. Aan een brand is veel te zien, maar ook het brein heeft naar verhouding veel cellen die met het verwerken van visuele informatie bezig zijn. Toch leveren ook de andere zintuigen belangrijke informatie. Iemand die veel branden heeft meegemaakt kan aan het gekraak horen in hoeverre dragende constructies al zijn aangetast, aan het gezicht voelen hoe heet het vuur is en aan de hand van de geur inschatten welke stoffen daarbinnen kunnen liggen. Voor vrouwen is het makkelijker deze verschillende soorten informatie te combineren en snel een inschatting te maken van wat er aan de hand is.

De ideale voorbereiding

Als ik commandant was van een ploeg dan zou ik, bij een gemengd team, altijd zorgen dat ik de eerste minuten een vrouw naast me heb staan. Die mannen rollen de slangen wel uit en sluiten de handel aan. Van die vrouw zou ik willen weten wat ze ervaart en welke conclusies ze daaruit trekt. Met die informatie zou ik een plan maken om de brand meester te worden. Zo maak je gebruik van elkaars kwaliteiten: de man ziet de essentie, de vrouw de consequentie.

Juni Daalmans

Reacties zijn gesloten.